
Normen en richtlijnen
Het gemeenschappelijke doel van onze productmanagers en diensten is het
aanbieden van betrouwbare, duurzame en hoogwaardige producten die voldoen aan de voorschriften en/of normen van elke regio waar ze worden gebruikt.



Verbindingselementen of deel uitmakend van een systeem. Een vallijn kan bestaan uit een touw uit synthetische vezels, een metalen kabel, een band of een ketting.
OPGELET: Een vallijn zonder energie absorber mag niet gebruikt worden als valstopsysteem.
De EU verordening 2016/425 legt de eisen vast voor de ontwikkeling en de vervaardiging van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBMs) teneinde deze op de markt te brengen met als doel de gezondheid
en de veiligheid van eindgebruikers te garanderen. Fabrikanten die conform deze eisen van de verordening producten vermarkten, mogen dan ook de CE markering op hun PBMs aanbrengen. Deze EUverordening
2016/425 vervangt sinds 21/4/2018 de EEG-richtlijn 89/686.
BESCHERMENDE KLEDING VOOR HITTE EN VLAMMEN
Deze norm definieert de prestatie-eisen van de materialen en kleding die tegen hitte en vlammen beschermen. Ze zijn van toepassing op de kledingstukken die van soepele materialen zijn gemaakt en die ontworpen zijn om het menselijk lichaam, met uitzondering van de handen, te beschermen tegen hitte en/of vlammen.
Zijn getest :
| PROEF | Code | PERFORMANTIES |
| Beperkte vlamverspreiding | A | A1 en/of A2 |
| Convectiewarmte | B | B1 tot B3 |
| Stralingswarmte | C | C1 tot C4 |
| Spatten van gesmolten aluminium | D | D1 tot D3 |
| Spatten van gesmolten smeedijzer | E | E1 tot E3 |
| Contactwarmte | F | F1 tot F3 |
| MAIVE2 | |
| EN ISO 11612 | |
|
A1 A2 B1 C1 E3 F1 |
|
BESCHERMENDE KLEDING TEGEN KOUDE KLIMATEN
Deze norm definieert de prestatie-eisen en testmethodes van kledingartikelen (vesten, jacks, jassen, broeken).
Deze kledingstukken worden gebruikt bij matige koude (-5°C en meer) ter bescherming tegen plaatselijke afkoeling van de huid en niet alleen voor buitenwerkzaamheden, zoals bijvoorbeeld in de bouw, maar zij kunnen ook gebruikt worden voor binnenwerkzaamheden, zoals bijvoorbeeld in de levensmiddelenindustrie. Het is in deze gevallen niet altijd noodzakelijk dat de kleding van waterdichte of waterafstotende stof gemaakt is.
De overeenkomstige eis is daarom optioneel in de huidige norm.
X : Thermische weerstandsklasse, Rct
X : Luchtdoorlaatbaarheidsklasse, AP
X : /cler van het kledingartikel (Optioneel)
X : Van het kledingartikel (Optioneel) WP (Optioneel)
| ALASKA3 | |
|---|---|
|
|
EN14058 |
|
2 2 0,221 m². K/W X |
|
| Isolatie I cler M².K/W |
Gebruiker rechtstaand, zich niet verplaatsend, 75 W/m² | |||
| Air speed | ||||
| 0.4 m/s | 3 m/s | |||
| 8h | 1h | 8h | 1h | |
| 0.170 | 21 | 9 | 24 | 15 |
| 0.265 | 13 | 0 | 19 | 7 |
| 0.310 | 10 | -4 | 17 | 3 |
De norm EN ISO 374-5 gaat over de eisen en testmethodes voor veiligheidshandschoenen die bedoeld zijn de gebruiker te beschermen tegen micro-organismen (schimmels en bacteriën, virussen optioneel).
Doordringen van schimmels en bacteriën (getest volgens de norm EN374-2): test waarmee wordt nagegaan of er geen lucht en water door de handschoen komt.
Doordringen van virussen (getest volgens de methode B van ISO 16604): proces waarmee de weerstand wordt bepaald tegen het doordringen van pathogenen die door het bloed worden overgedragen.
– Testmethodes waarbij de bacteriofaag Phi-X174 wordt gebruikt.
Volgens het type zal de handschoen één van de onderstaande pictogrammen rijgen:
Toepassingsvoorbeelden:
Het gebruiksdomein is bepalend want naargelang het geval moet de handschoen eventueel meerdere eigenschappen combineren om te voldoen aan de nodige eisen voor bescherming. Het is dus heel belangrijk na te gaan wat de aanbevolen gebruiksdomeinen zijn en de resultaten te bekijken van de testen die in een laboratorium zijn uitgevoerd en die u in de gebruiksaanwijzing vindt. Het is echter aan te bevelen na te gaan of de handschoenen geschikt zijn voor het gebruik dat u ze gaat geven door ze eerst zelf te testen, want de omstandigheden op de werkplek kunnen anders zijn dan die tijdens onze test, naargelang de temperatuur en de mate van slijtage en degradatie.
De norm ISO 18889 legt de eisen vast voor veiligheidshandschoenen bij het werken met pesticides voor landbouwers en voor seizoensarbeiders.
De handschoenen klasse G1 voldoen bij een relatief laag risico. Ze zijn niet geschikt voor het werken met pesticides met een hoge concentratie noch bij mechanische risico’s. Dit type handschoenen zijn meestal wegwerphandschoenen.
Handschoenen klasse G2 kunnen gebruikt worden bij een aanzienlijk en hoger risico, dat zowel voor verdunde pesticideconcentraties als hoge concentraties. Deze handschoenen klasse G2 voldoen ook aan een minimale mechanische weerstand en kunnen dus ook bij werkzaamheden worden ingezet waar een minimale mechanische bescherming vereist is.
Handschoenen klasse GR beschermen enkel de palm van de hand en zijn geschikt voor werknemers die een risico lopen op contact met opgedroogde resten of deels opgedroogde resten van pesticides die nog op de oppervlaktes van de planten aanwezig zijn bij het oogsten of nabehandelen van de planten.
De EN16350 norm legt bijkomende eisen vast voor veiligheidshandschoenen die gebruikt worden in omgevingen met een risico op ontvlambare stoffen of explosieven.
Overige elektrostatische eigenschappen kunnen worden gedefinieerd via de EN1149-1 (vastgestelde elektrostatische weerstand langs de oppervlakte van een materiaal) of de EN1149-3 (verzwakken van de spanning), maar die zijn niet voldoende om de handschoenen te evalueren op hun performantie om electrostatische spanning te verminderen.
De norm EN ISO 10819 legt de eisen vast van de performanties van de veiligheidshandschoenen om trillingen te reduceren. Hierbij gelden zowel eisen qua dikte als qua uniformiteit van het materiaal dat de trillingen moet opvangen. Dit type handschoenen reduceert gezondheidsrisico’s door trillingen doorgegeven via de handen, maar elimineert deze niet. De factor waarmee de trillingen worden doorgegeven binnen een bandbreedte van 25 tot 200Hz moet 0.90 zijn of lager. Bij metingen binnen een bandbreedte van 200 tot 1250Hz moet de factor 0.60 zijn of lager.
Vereisten en testmethoden voor handschoenen die gebruikt worden voor handlassen en snijbranden van metalen en verwante technieken. Lashandschoenen worden in twee typen ingedeeld : B wanneer een grote vingergevoeligheid (bijvoorbeeld bij TIG-lassen) is vereist en A voor andere lastechnieken.
Deze norm legt de eisen vast voor de veiligheidshandschoenen gebruikt in omgevingen met risico op ioniserende straling of omgevingen met radioactieve stoffen.
Een handschoen die beschermt tegen radioactieve vervuiling moet vloeistofdicht zijn volgens de norm EN374-2.
Een handschoen die beschermt tegen ioniserende straling moet, naast het vloeistofdicht zijn volgens EN374-2, ook nog een bepaalde hoeveelheid zware metalen bevatten zoals lood.
Verbindingselement of element deel uitmakend van een systeem. Een verbindingselement kan een karabijnhaak zijn of een haak.
Classe A: Verankeringsconnector, met automatische sluiting, gebruikt als component en ontworpen om direct aan een specifiek
verankeringssysteem bevestigd te worden.
Classe B: Basisconnector met automatische sluiting, gebruikt als component.
Classe M: Basisconnector voor meervoudig gebruik, met schakelsluiting, gebruikt als component, kan belast worden afhankelijk
van de grote of de kleine as.
Classe Q: Connector met schakelsluiting, gebruikt voor permanente of lange termijn toepassingen, karabijnhaak met schroef. Als
dit deel eenmaal vast geschroefd is, wordt het een dragend deel van de connector.
Classe T: Connector met afgewerkt uiteinde, met automatische sluiting, ontworpen als element van een subsysteem voor het
zodanig bevestigen dat de druk in een vooraf bepaalde richting wordt uitgevoerd..
Element waaraan een valbeveiligingssysteem kan worden vastgemaakt. (Norm die op dit moment wordt aangepast).
TYPE A - GEEN PBM: Verankeringssysteem met één of meerdere vaste ankerpunten waar een structurele verankering voor nodig is.
Type B: Verankeringssysteem met één of meerdere vaste ankerpunten waar geen structurele verankering voor nodig is.
Type C - GEEN PBM: Verankeringssysteem dat een flexibele ankerlijn gebruikt met een maximale afwijking van 15°.
Type D - GEEN PBM: Verankeringssysteem dat een starre ankerlijn gebruikt met een maximale afwijking van 15°.
Type E: Verankeringssysteem voor oppervlakken met een helling tot maximaal 5°.
Systeem samengesteld uit een mobiele en automatische valstop vast op zijn support (rail of kabel). Een schokabsorber kan in het geheel zijn ingewerkt.
Systeem bestaande uit een verplaatsbaar valstopapparaat met zelfremmende werking vast aan zijn flexibele levenslijn (touw, kabel…). Een energieverdelingselement kan worden ingewerkt in het geheel.
Norm EN ISO374-1 gaat over de eisen voor veiligheidshandschoenen die dienen om de gebruiker te beschermen tegen gevaarlijke chemische producten.
• Doordringbaarheid (getest volgens de norm EN374-2): Verspreiding, op niet-moleculair niveau, van een chemische stof en/ of een microorganisme via de poriën, naden, microgaatjes of andere imperfecties die voorkomen in het materiaal van de veiligheidshandschoenen.
• Degradatie (getest volgens norm EN374-4) : Bepaling van de fysieke bestendigheid van de materialen tegen degradatie na permanent contact met gevaarlijke, chemische producten.
• Doorlaatbaarheid (getest volgens de norm EN374-3 of EN16523): Proces via welk een chemisch product zich op moleculair niveau kan verspreiden door het materiaal van veiligheidshandschoenen heen via continu contact.
De EN ISO versie van norm EN374-1, introduceert beschermingstype 3 tegen doorlaatbaarheid van chemische producten:
- Type A: De handschoen wordt beschouwd als bestand tegen chemicaliën als zij een prestatieindex voor doorlaatbaarheid krijgen van tenminste 2 voor zes testchemicaliën uit de lijst met chemicaliën bepaald in de norm.
- Type B: De handschoen wordt beschouwd als bestand tegen chemicaliën als zij een prestatieindex voor doorlaatbaarheid krijgen van tenminste 2 voor drie testchemicaliën uit de lijst met chemicaliën bepaald in de norm.
- Type C: De handschoen wordt beschouwd als bestand tegen chemicaliën als zij een prestatieindex voor doorlaatbaarheid krijgen van tenminste 1 voor 1 testchemicaliën uit de lijst met chemicaliën bepaald in de norm.
|
LETTER CODE |
CHEMICAL PRODUCT | N°CAS |
|---|---|---|
| A | Methanol | 67-56-1 |
| B | Acetone | 67-64-1 |
| C | Acetonitrile | 75-05-8 |
| D | Dichloromethane | 75-09-2 |
| E | Carbon disulfide | 75-15-0 |
| F | Toluene | 108-88-3 |
| G | Diethylamine | 109-89-7 |
| H | Tetrahydrofurane | 109-99-9 |
| I | Ethyl acetate | 141-78-6 |
| J | n-Heptane | 142-82-5 |
| K | Caustic soda 40 % (NaOH or sodium hydroxide) | 1310-73-2 |
| L | Sulphuric acid 96 % | 7664-93-9 |
| M | Nitric acid 65% | 7697-37-2 |
| N | Acetic acid 99% | 64-19-7 |
| O | Ammonium hydroxide 25% | 1336-21-6 |
| P | Hydrogen peroxide 30% | 7722-84-1 |
| S | Hydrofluoric acid 40% | 7664-39-3 |
| T | Formaldehyde 37% | 50-00-0 |
| PASSAGE TIME MEASURED (MN) | PERFORMANCE INDEX TO PERMEATION |
|---|---|
| > 10 mn | 1 |
| > 30 mn | 2 |
| > 60 mn | 3 |
| > 120 mn | 4 |
| > 240 mn | 5 |
| > 480 mn | 6 |
Referentienorm die niet alleen kan worden gebruikt, maar uitsluitend samen met een andere norm die eisen bevat over de beschermingsprestaties.
• Onschadelijk zijn (pH, chroom-VI gehalte, enz.).
• Maatschema’s volgen (zie onderstaande tabel).
• Beoordelen van de tastzin, het ademend karakter en het comfortniveau.
• Voldoen aan voorschriften inzake markering, informatie, identificatie.
| SIZES AS PER STANDARD EN ISO 21420 | ||
|---|---|---|
| Glove size | Palm circumference (mm) |
Length (mm) |
| 6 | 152 | 160 |
| 7 | 178 | 171 |
| 8 | 203 | 182 |
| 9 | 229 | 192 |
| 10 | 254 | 204 |
| 11 | 279 | 215 |
| 12 | 304 | 226 |
GENORMALISEERDE ETIKETTERING/IDENTIFICATIE
Elke beschermende handschoen moet duidelijk geïdentificeerd zijn door zijn genormaliseerd
etiket, waarop u de volgende informatie vindt :
• Het logo van ons merk.
• De productreferentie of de commerciële naam.
• De maat.
• Een aanduiding dat een gebruiksaanwijzing beschikbaar is bij het artikel.
• Het/de normalisatiepictogram(men) met bijbehorende prestatiecijfers.
• Het lotnummer
en/of
productiedatum.
• Als van toepassing, de vervaldatum.
Norm EN511 definieert de vereisten en testmethoden voor handschoenen die beschermen tegen koude die door convectie en geleiding wordt overgedragen tot -30°C (optioneel tot -50°C). Deze koude kan verband houden met weersomstandigheden of met een industriële activiteit.
Bij het selectieproces van een handschoen voor bescherming tegen kou moet rekening worden gehouden met meerdere parameters zoals de omgevingstemperatuur, de gezondheid van de persoon, de duur van de blootstelling, het activiteitenniveau etc.
| PERFORMANCE LEVEL |
INTENSE | AVERAGE ACTIVITY |
SLOW ACTIVITY |
|---|---|---|---|
| 1 | -10°C ≤ T < 0°C | ||
| 2 | -30°C < T | 0°C ≤ T < 10°C | |
| 3 | -15°C < T | 5°C < T | |
| 4 | -30°C < T | -10°C < T |
Bevestigingsmiddel voor het lichaam, bestemd om het vallen te stoppen. Het valharnas kan bestaan uit riemen, gespen en andere elementen ; op gepaste manier opgesteld en afgesteld op iemands lichaam, om hem te kunnen tegenhouden tijdens, alsook na de val.
Een werkpositioneringssysteem bestaat uit elementen (gordel en werkpositioneringslijn), aan elkaar verbonden om een complete uitrusting te vormen.
SIGNALISATIEKLEDING
Deze norm definieert de kenmerken waaraan de beschermende kleding die tot doel heeft de aanwezigheid van de gebruiker zichtbaar te maken, moet voldoen, opdat deze gedetecteerd en goed gezien kan worden bij gevaarlijke situaties, onder alle lichtomstandigheden, overdag en ‘s nachts bij het licht van koplampen. Er bestaan drie klassen signalisatiekleding.
Elke klasse dient minimale oppervlakken te hebben van zichtbaar materiaal waaruit de kleding
bestaat, hoe hoger de klasse is hoe beter zichtbaar de kleding is:
| KLASSE 3 | KLASSE 2 | KLASSE 1 | |
| Basismateriaal (fluorescerend) | 0,80 m² | 0,50 m² | 0,14 m² |
| Retroreflecterend materiaal (stroken) | 0,20 m² | 0,13 m² | 0,10 m² |
Markering:
X : Klasse van de zichtbare oppervlakte (van 1 tot 3)
EN ISO 20471
Max. 25x
EN ISO 20471
2 : Klasse die de oppervlakte van het gezichtsveld weergeeft (van 1 tot 3)
Max. 25x : optionele vermelding, maximum aantal wasbeurten die voor het model toegelaten zijn. Voor dit voorbeeld: maximum 25 wasbeurten (voor de wastemperatuur zie de voorschriften op het etiket van het kledingstuk).
Norm EN388 is van toepassing op alle types beschermingshandschoenen voor wat betreft fysische en mechanische gevaarsinvloeden door schuren, snijden, perforatie en afscheuren. Sinds de 2016-versie van de norm zijn nieuwe, optionele prestaties toegevoegd.
| TEST | Level 1 | Level 2 | Level 3 | Level 4 | Level 5 |
|---|---|---|---|---|---|
| Abrasion resistance (Number of cycles) |
100 | 500 | 2,000 | 8,000 | - |
| Blade cutting resistance (index) | 1.2 | 2.5 | 5 | 10 | 20 |
| Tear resistance (N) | 10 | 25 | 50 | 75 | - |
| Puncture resistance (N) | 20 | 60 | 100 | 150 | - |
PRESTATIENIVEAUS VEREISTEN
1 t/m 4 : WEERSTAND TEGEN AFSCHURING Aantal cycli nodig om het proefstuk te doorslijten met een gelijkblijvende snelheid
1 t/m 5 : WEERSTAND TEGEN DOORSNIJDING DOOR MESBLADEN Aantal cycli nodig om het proefstuk te doorsnijden met een circulair zaagblad en op gelijkblijvende snelheid.
1 t/m 4 : WEERSTAND TEGEN SCHEUREN Minimale kracht die nodig is om het proefstuk te scheuren.
1 t/m 4 : WEERSTAND TEGEN PERFORATIE Kracht die nodig is om het proefstuk te doorboren met een genormaliseerde stans.
A t/m F : WEERSTAND TEGEN SNIJDEN MET ZAAGBLAD (TDM-test) Kracht nodig voor een recht zaagblad om het proefstuk door te snijden op een snijvlak van 20 mm.
ø of P : WEERSTAND TEGEN EEN SCHOK OP HET MIDDENHANDSBEEN Minimale beperking van de schok op de hand.
Weerstand tegen de schok op het middenhandsbeen: indien deze prestatie vermeld is, wordt de markering
“P” gebruikt.
| TEST CUT RESISTANCE EN ISO 13997 (TDM |
LEVEL A | LEVEL B | LEVEL C | LEVEL D | LEVEL E | LEVEL F |
|---|---|---|---|---|---|---|
| APPLIED FORCE (N) | 2 | 5 | 10 | 15 | 22 | 30 |
Zaagblad, 2 testmethoden:
EN388 6.2. :
Voor lage en gemiddelde snijrisico’s. Een circulair zaagblad waarop een constante druk van 5N
wordt uitgevoerd, gaat van voren naar achter totdat het proefstuk doorgesneden is. Men meet
het aantal uitgevoerde cycli en wijst het overeenkomstige niveau toe.
EN ISO 13997 :
Voor materialen die het zaagblad bot maken tijdens de EN388 6.2 -test en/of gedeeltelijk bestand
zijn, voor hoge snijrisico’s. Een recht zaagblad met een snijvlak van 20 mm waarop één beweging
wordt uitgevoerd met een kracht van 2N. De test wordt opnieuw uitgevoerd met een andere
kracht en net zoveel keren als nodig is om het proefstuk door te snijden. Een niveau wordt
toegewezen dat overeenkomstig is met de nodige kracht om het proefstuk door te snijden. Deze
methode vertegenwoordigt meer gebruikssituaties waarbij een hoog snijrisico is.
ANSI ISEA (US American National Standards Institute) 105
Classificatie en specificaties voor bescherming van de hand. Deel 5.1.1. Bestendigheid tegen snijden.
Benodigde gewicht voor een recht zaagblad het proefstuk door te snijden in één snijbeweging.
BESCHERMENDE KLEDING TEGEN REGEN
Deze norm definieert de eisen en testmethoden die van toepassing zijn op materialen en naden van beschermende kleding bij slechte weersomstandigheden (bijvoorbeeld regen of sneeuwbuien), mist en bodemvochtigheid.
y : Waterdoorlaatbaarheidsklasse (van 1 tot 4), WP
y : Verdampingsweerstand (van 1 tot 4), Ret
R : Waterkolomtest op het volledige kledingstuk (optioneel)
| FINNMARK2 | |
|---|---|
|
|
EN343 |
|
3 1 X |
|
DE THERMISCHE WEERSTAND (Rct) IN M².K/W :
Meet de gegeven thermische isolatie.
Verdeeld in 4 klassen (van 1 tot 4) van het minst isolerend naar het meest isolerend.
Hoe hoger de waarde, des te groter de gegeven thermische isolatie.
LUCHTDOORLAATBAARHEID (AP) IN mm/s :
Bepaalt de luchtdoorlaatbaarheid van het geheel.
Verdeeld in 3 klassen (van 1 tot 3) van het minst luchtdicht naar het meest luchtdicht.
DE THERMISCHE BASISISOLATIE DIE ERUIT VOORTVLOEIT :
Gemeten op een bewegende persoon (/cler) .
De thermische isolatiecoëfficiënt, uitgedrukt in m2.K/W maakt het mogelijk de optimale gebruikstemperatuur van het kledingstuk vast te stellen in vergelijking met de activiteit van de persoon en de blootstellingstijd.
De thermische isolatie wordt gemeten met onderkleding van het type:
DE VERDAMPINGSWEERSTAND (Ret) IN (M².PA)/W :
Meet de verdampingsweerstand, d.w.z. de mate waarin de waterdamp waaruit een product bestaat tegengehouden wordt, of de mate van weerstand die aan de verdamping van zweet op het huidoppervlak geboden wordt. Hoe hoger de verdampingsweerstand van een product, des te groter de weerstand voor het doorlaten van waterdamp. Een ademend product heeft een zwakke verdampingsweerstand. Verdeeld in 4 klassen (van 1 tot 4) van het minst ademend naar het meest
ademend.
| Dampweerstand Ret Klasse | Klasse | |||
| 1 | 2 | 3 | 4 | |
| M2 - Pa w | Ret > 40 | 25 < Ret > 40 | 15 < Ret > 25 | Ret < 15 |
WATERDOORLAATBAARHEIDSWEERSTAND (WP) IN PASCAL :
Meet de waterdoorlaatbaarheidsweerstand van het buitenmateriaal en de naden onder een waterdruk van (980+/-50) Pa/mm.
Verdeeld in 4 niveaus (1 tot 4) van het minst waterdoorlatend naar het meest waterdoorlatend.
| Waterdoorlaatbaarheidsweerstand WP |
Klasse | |||
| 1 | 2 | 3 | 4 | |
|
Te testen specimen : Materiaal zonde voorbehandeling Materiaal na elke |
WP > 8 000 Pa- | -WP > 8 000 Pa | -WP > 13 000 Pa | - WP > 20 000 Pa |
| Stikkingen zonder voorbehandeling | WP > 8 000 Pa | WP > 8 000 Pa | WP > 13 000 Pa | - |
| Stikkingen na behandeling door reiniging | - | - | - | WP > 20 000 Pa |
WATERKOLOM TEST :
| Lengte van de infiltratie op de mouwen en de voering | Max 5 cm |
| Lengte van de infiltratie op de voering van de broek | Max 10 cm |
| Longueur de mèche sur les ourlets de capuche | Max 4 cm |
| KLASSE 3 | 0 cm² |
Eisen met betrekking tot chemisch beschermende kleding waarvan de verbindingselementen tussen de verschillende onderdelen van het kledingstuk vloeistofdicht (type 3) of neveldicht (type 4), zijn, alsook voor kledingstukken die slechts bepaalde delen van het lichaam beschermen (Types PB [3] en PB [4]).
Deze norm definieert de minimale eisen die gelden voor de volgende chemisch beschermende kledingstukken met beperkt gebruik of opnieuw te gebruiken:
- Kledingstukken die het volledige lichaam beschermen voorzien van vloeistofdichte verbindingen tussen de verschillende kledingonderdelen (Type 3: vloeistofdichte kledingstukken) ;
- Kledingstukken die het volledige lichaam beschermen voorzien van neveldichte verbindingen tussen de verschillende kledingonderdelen (Type 4: neveldichte kledingstukken) ;
| NORMEN | TYPE | CHEMISCHE BESCHERMING |
| EN13034 | 6 | Tegen spatten |
| EN ISO 13982-1 | 5 | Tegen stofdeeltjes (asbest) |
| EN14605 | 4 | Tegen nevels |
| EN14605 | 3 | Tegen stralen |
| TESTS | |||||
| Algemene prestatie | Tests & specifieke prestaties |
Type beschermende kleding |
|||
| 3a | 4a | 5 | 6a | ||
| Prestatie-eisen voor de volledige kleding |
Binnendruk | - | - | - | - |
| Lek naar binnen | - | - | X | - | |
| Doordringen van een vloeistofstraal | X | - | - | - | |
| Doordringen van een nevel (verstuivingen van vloeistoffen) | - | X | - | - | |
| Tegen vaste deeltjes | - | - | X | - | |
| Doordringen van een nevel (lichte verstuivingen) | - | - | - | X | |
| Performantie eisen voor stikkingen en verbindingen |
Mechanische weerstand | X | X | X | X |
| Weerstand tegen het doordringen en binnendringen van vloeistoffen. | X | X | - | - | |
| Prestatie-eisen voor de materialen waaruit de kleding bestaat |
Schuren / Scheuren / Perforeren | X | X | X | X |
| Trekbestendigheid | X | X | - | X | |
| Bestendigheid tegen barsten door buiging | X | X | X | - | |
| Bestendigheid tegen barsten door buiging bij -30ºC |
X optioneel |
X optioneel |
- | - | |
| Bestendigheid tegen doordringen | X | X | - | - | |
| Bestendigheid tegen doordringen | - | - | - | X | |
| Waterafstotend | - | - | - | X | |
a - Wanneer de beschermende uitrusting slechts bepaalde delen van het lichaam bedekt (torso, armen, benen), dan zijn de performantie-eisen van het materiaal enkel daar van toepassing (type 6.4 en 3).
BESCHERMENDE KLEDING - BESCHERMING GEBRUIKT TIJDENS LASSEN EN AANVERWANTE TECHNIEKEN
Deze norm definieert de prestatie-eisen van beschermende kleding bestemd voor las- en aanverwante werkzaamheden die gelijke risico’s met zich meebrengen.
Dit type beschermende kleding heeft tot doel de persoon die ze draagt te beschermen tegen beperkte gesmolten metaalspatten, kort contact met een vlam en tegen uv-stralen. Zij is bestemd om gedragen te worden bij omgevingstemperatuur, gedurende een constante periode tot 8 uur.
| KLASSE 1 | Bescherming tegen normale risico’s bij het lassen meer in het bijzonder in situaties met normale lasprojecties en normale stralingswarmte. |
| KLASSE 2 | Bescherming tegen hoge risico’s bij het lassen meer in het bijzonder in situaties met hevige lasprojecties en hoge stralingswarmtes. |
| MAIVE2 | |
| EN ISO 11611 | |
|
A, A2 |
|
| Test | Code | Performances |
|---|---|---|
| Limited flame spread | A | A1 and/or A2 |
| Molten metal splash | E | E1 to E3 |